NB: in deze voorbeelden wordt de zogenaamde MLA-stijl gehanteerd; zie de verwijssystemen in het linkermenu voor een beschrijving van deze en andere stijlen.

Hieronder zie je 5 manieren om een passage te verwerken: als citaat, als parafrase (met of zonder toevoeging van korte citaatjes) en als verwijzing (al dan niet gecombineerd met verwijzing naar meerdere bronnen). In de voorbeelden is gebruik gemaakt van een passage uit W. D. Howarth, (ed.) Comic drama. The European Heritage. London: Methuen, 1978.

en citaat is een letterlijke uitspraak van iemand, die door iemand anders aangehaald wordt. Citeren verschilt van parafraseren doordat bij deze laatste vorm in eigen woorden idee´┐Żn van anderen weergegeven worden. Het idee blijft dan wel gehandhaafd, maar anders dan bij citeren is de vorm anders.

Wanneer er iets uit het geciteerde gedeelte niet wordt meegeciteerd, dient de weglating te worden gemarkeerd met een beletselteken: drie puntjes tussen ronde haakjes, bijvoorbeeld: de verteller van de Max Havelaar stelt zich voor met: Ik ben makelaar (...) en woon op de Lauriergracht, No. 37.[1]